Natuur om de hoek
Door Paul Mentink

Muntvlindertje

Sinds de beginjaren tachtig drink ik geen koffie meer. Toen ben ik er namelijk goed ziek van geweest en heb ik het vervolgens afgezworen.

Zelfs de geur staat mij tegen. Derhalve drink ik vaak thee en daar heb je tegenwoordig heel veel soorten en smaken in. Een van mijn favoriete smaken is muntthee. Als je dat in een horecaonderneming bestelt, krijg je een kop kokend water met een paar takjes munt erin. Nu is het verbouwen van reguliere thee in Nederland niet mogelijk, maar munt is geen probleem. Alleen kan munt in een tuin gaan woekeren, daarom heb ik het in een grote pot op mijn terras staan.

Zittend op het terras zag ik regelmatig een onbekend vlindertje op de munt, met een spanwijdte van amper anderhalve centimeter. Met “munt” en “vlinder” als zoekterm in Google kwam ik vrijwel meteen uit bij het muntvlindertje. Blijkt het een vrij algemene vlinder te zijn, die tegenwoordig in menig tuin voorkomt. Mits er in deze tuin, haast vanzelfsprekend, munt voorkomt. Of een andere plant uit deze lipbloemige familie, zoals tijm, basilicum, marjolein, oregano, salie en rozemarijn. Overigens bestaat er een andere vlinder, die sprekend op het muntvlindertje lijkt en eveneens op munt voorkomt. Het is het purpermotje, maar dit vlindertje is zeer zeldzaam.

Net als alle andere vlinders heeft het muntvlindertje twee paar vleugels, die in rust dakpansgewijs over elkaar liggen. De kleur van het bovenste paar vleugels is bruin, met een lichte neiging naar paars, het onderste paar vleugels is bijna zwart. Op alle vleugels staan een aantal goudgele vlekjes. Het heeft relatief lange antennes op zijn kop zitten, die is rust over de vleugels liggen.

Volwassen muntvlindertjes leven gedurende het seizoen in twee opeenvolgende generaties. De voorjaarsgeneratie vliegt in april tot juni, de tweede zomergeneratie vliegt vanaf juli tot in oktober. Het rupsenstadium van de voorjaarsgeneratie duurt ongeveer twee weken, het popstadium meestal slechts een week. De rupsen van de zomergeneratie leven op dezelfde wijze als de eerste generatie, maar gedurende de winter overwinteren zij als volgroeide rups in een samengevouwen bladerenomhulsel, waarnaar zij in april verpoppen.

In de wereld van de vlinders bestaan twee grote groepen. Er zijn dagvlinders en nachtvlinders, die uiteraard overdag en ’s nachts actief zijn. Een ander groot verschil tussen deze twee groepen is dat bij de dagvlinders de vleugels in ruststand verticaal boven het lijf samengevouwen zijn, terwijl de vleugels van nachtvlinders in rust dakpansgewijs naast het lijf gevouwen zijn. Verder zijn dagvlinders in het algemeen veel kleurrijker dan nachtvlinders, die meestal grijs of bruin zijn voor een goede camouflage. Het muntvlindertje zit als het ware tussen deze twee groepen in, want dit nachtvlindertje is overdag actief en is relatief kleurrijk.

Paul Mentink (paul@paulmentink.nl)